Belevingsonderzoek

lilly.jpg
Wat doen we

Er wordt een verhaal gemaakt, een tekening gemaakt en eventueel een zinnen-aanvultest. Daarna volgt er een gesprek met het kind.

Het verhaal dat wordt gemaakt, is een projectieve test : Blacky.

We tonen 11 prenten waarover het kind, met haar/zijn fantasie een verhaal mag vertellen. In de prenten zitten er emotionele en relationele triggers.

Als een kind deze triggers herkent en er een standaardverhaal bij maakt, dan mogen we veronderstellen dat deze trigger geen hevige emoties uitlokt, dat het kind blijk geeft van goed verworven ontwikkkelingsvaardigheden.

Bij het interpreteren van deze test, gaan we zeer voorzichtig te werk.

We stellen onszelf vragen en hypothesen, die we dan in het gesprek hierna aftoetsen met het kind. We kijken hierbij of het kind zich in deze hypothese herkent.

Daarna vragen we het kind om enerzijds zichzelf te tekenen en anderzijds om alle gezinsleden als dieren te tekenen.

Ook dit is een projectieve test waarbij we de relationele dynamieken proberen in kaart te brengen. Ook hier zijn we bijzonder voorzichtig in het maken van hypotheses en toetsen we die af in het gesprek hierop volgend.

Eventueel volgt nog een ZAT test om (innerlijke) conflicten vast te stellen. De test bestaat onafgemaakte zinnen die het kind met associaties, wat bij hem/haar het eerste opkomt, mag aanvullen.

Hierna volgt er een gesprek waar we hypotheses uit de testjes bespreken. Kinderen mogen zoveel vertellen als ze willen, ook als ze beslissen ergens niet dieper op in te gaan, respecteren we dit.

Voor de testjes én op het einde van het gesprek, informeren het kind over ons beroepsgeheim :  we bespreken met het kind wat er wél en niét mag verteld worden aan de zorgfiguren. Ook de uitzonderingen op het beroepsgeheim bespreken we : namelijk als we horen dat iemand het kind pijn doet of als het kind zichzelf pijn doet, of als het kind opzettelijk dingen in de praktijkruimte kapot maakt. Dan moeten we dit wél met de zorgfiguren bespreken.

Na het belevingsonderzoek

Dan volgt een gesprek met de zorgfiguren om naar hun verhaal te luisteren, hun vragen.

In dit gesprek geven we ook feedback over het belevingsonderzoek  en maken we samen een plan op hoe we verder gaan.

We stellen kindertherapie met eventueel speltherapie en regelmatige (pleeg) oudergesprekken, (pleeg)ouder-kind-therapie voor of verwijzen door.

We zoeken samen naar een aanpak die het best passend is voor het kind en waar zorgfiguren en het kind zich goed bij voelen.

Gespecialiseerde therapeuten:

Mieke Danschutter

Bedoeling

Een belevingsonderzoek is een eerste kennismaking

met het kind. We trachten met deze manier van

werken een beeld te krijgen van het emotionele en relationele functioneren van het kind, de innerlijke belevingen van het kind.